Aruncus aethusifolius – Geitenbaard

 2,50

Aruncus aethusifolius (Geitenbaard) is een winterharde, onderhoudsarme en langbloeiende bodembedekker, die goed geschikt is als oeverplant. Hij staat graag in de halfschaduw, maar in een gelijkmatig vochtige oever wordt ook wel zon verdragen. Het donkergroene blad is varenachtig, fijn en ingesneden en vormt een mooie achtergrond voor de roomwitte bloempluimen. Die verschijnen van eind mei tot in augustus trekken vlinders en bijen aan.
Na de bloei, in september en oktober, komt het blad dan letterlijk uit de verf: het verkleurt naar schitterend mooie oranjerode herfstkleuren. In de winter verliest deze oeverplant zijn blad.

Geitenbaard (Aruncus aethusifolius) is de laagst blijvende soort geitenbaard en wordt tot max 30 cm hoog. Hij staat graag in vochtige maar waterdoorlatende grond die best humusrijk mag zijn. Deze oeverplant is goed winterhard, ziekteresistent en ook redelijk droogte tolerant.

  • langbloeiend
  • goede bodembedekker 
  • hoge nectar- en pollenwaarde voor vlinders en bijen
  • hooge sierwaarde van bloemen en het herfstblad


Inheems: nee
Winterhard: ja
Wintergroen: nee
Bloemkleur: roomwit
Bloei: juni, juli, augustus
Blad: varenachtig
Hoogte: 30 cm
Groeivorm:
Zone: 1
Vocht: vochtig, niet te nat
Licht: halfschaduw, bij voldoende vochtige grond wordt zon beter verdragen
Insecten: vlinders en bijen

Kleur

Wit

Zone

1

Inheems

Niet-inheems